Leren oefenen met getallen tot 100 - getallen omdraaien - getallen lezen, uitspreken en opschrijven

Oefenen met getallen tot 100

Is het nou vierentwintig of tweeënveertig? Voor jonge kinderen is het lezen en opschrijven van getallen tot 100 niet zo makkelijk. Heb jij dat thuis ook gemerkt? Lees dan gauw door, want in deze blog vind je tips en oefeningen, waarmee je thuis zelf aan de slag kunt gaan!

Getallen tot 100 worden vaak omgedraaid. Hulp bij het rekenen en oefenen met getallen tot 100.

 

Getallen spiegelen of omdraaien

Als rekenexpert krijg ik van ouders regelmatig de vraag hoe ze kunnen oefenen met getallen tot 100, omdat ze merken dat hun kind niet al deze getallen goed uitspreekt. Dat is iets wat thuis ook opvalt. Tot een jaar of 7 komt dit regelmatig voor, onder andere omdat kinderen soms nog letters of getallen spiegelen of van links naar rechts lezen. In groep 3 leert een kind steeds beter om van links naar rechts te lezen. Vervolgens is het inzicht in getallen belangrijk. En daar kun je zeker mee oefenen!

Blog rekensteuntje - oefenen met getallen tot 100 en getallen omdraaien

Even checken!

Voor je kunt beginnen met allerlei leuke oefenvormen voor het lezen en opschrijven van getallen tot 100, is het handig om eerst te kijken of de basis voor dit leerdoel al in orde is. Check daarom in elk geval even of je kind de volgende 3 dingen al goed kan.

1. Kan jouw kind tot 100 tellen?

Met tellen tot 100 bedoel ik: kan jouw kind de getallen van 1 tot 100 als een soort liedje of rijmpje opnoemen? Wellicht nog zonder dat je kind precies weet wat het betekent wat hij zegt, maar bijvoorbeeld bij het spelen van verstoppertje. En lukt het ook om bij een ander getal te beginnen?

2. Kent jouw kind de tienvouden?

Tienvouden zijn de getallen 10, 20, 30, 40, enzovoort. Herkent jouw kind de tienvouden, als hij deze bijvoorbeeld in het verkeer tegenkomt? En kan hij de tienvouden goed uitspreken? Lukt het ook om tot 100 te tellen met sprongen van 10?

Blog rekensteuntje - oefenen met getallen tot 100 en getallen omdraaien

3. Heeft jouw kind inzicht in de getallen tot 20 of zelfs 30?

Merk je dat de getallen tot 20 of 30 vrijwel altijd goed uitgesproken worden? Dan heeft jouw kind een goede basis voor de grotere getallen. Als je weet dat voor 20 het getal 19 komt en na 20 het getal 21, dan is het makkelijker om te bedenken welke getallen er dan voor en na het getal 50 te vinden zijn.

Ja? Allemaal gecheckt en gelukt? Fijn, de basis is er!

Aan de slag met getallen tot 100!

Dan is het nu tijd om het te hebben over het lezen en opschrijven van getallen tot 100, getallen zoals 54 en 69. Op de meeste basisscholen is dit lesstof voor groep 3. Je kind begint het schooljaar met het tellen van aantallen tot 20 en het lezen en schrijven van getallen tot 20. Het schooljaar eindigt met getallen tot 100. Zo ligt er een goede basis om in groep 4 verder te gaan met het maken van sommen tot 100.

Een goed moment om aan de slag te gaan met de drie oefeningen hieronder, is vanaf halverwege groep 3. Ook oudere kinderen, die het opschrijven en uitspreken van getallen tot 100 nog lastig vinden, kunnen hier lekker mee gaan oefenen!

Oefening 1: Speuren naar getallen

Kijk eens om je heen. Kom je getallen tegen? Vraag dan aan je kind: welk getal is dat? Benoem dat, in een getal als 38, de 3 voor 30 staat. Het getal 38 betekent dan dus 30 en 8. In het Nederlands spreken we dat andersom uit, we zeggen “acht-en-dertig”.

Extra leuk om het zoeken van getallen in een spelvorm te doen, bijvoorbeeld samen met een broer, zus of vriendje of vriendinnetje. Laat iedere speler 9 of 12 verschillende getallen op een stuk karton of papier schrijven en neem dit mee naar buiten. Maak er een speurtocht van in je buurt, waarbij je op zoek gaat naar deze getallen!

Je vindt getallen bijvoorbeeld op verkeersborden, putdeksels, huisnummers en kentekens. Ondertussen kun je vragen stellen als: “Welk getal zie je daar?” en “Welk getal moet je nog?” Wie het eerst al zijn getallen heeft gevonden wint! Een extra voordeel is uiteraard dat je lekker buiten bent.

Blog rekensteuntje - oefenen met getallen tot 100 en getallen omdraaien

Oefening 2: Getallen in boeken

Voorlezen doe je waarschijnlijk elke dag wel. Vraag je kind bij het voorlezen eens: “Kun jij zeggen op welke bladzijde we zijn?” Je kind moet dan voorlezen welk getal er staat. Of dit goed is of niet hoef je niet meteen te zeggen. Vraag direct: “wat denk je dat de volgende bladzijde is?”

Als je kind net 45 heeft gelezen als “vierenvijftig” zal de voorspelling zijn dat de volgende bladzijde “vijfenvijftig” is. Als je de bladzijde omslaat en dan 46 ziet staan, dan wordt je kind vanzelf verbeterd: Hee, het is geen 55 zoals ik dacht, dus dan was 45 iets anders. Je kunt het dan samen nog eens bekijken en concluderen: 45 is “vijfenveertig”.

Blog rekensteuntje - oefenen met getallen tot 100 en getallen omdraaien

Oefening 3: Bingo!

Speel samen bingo! Bij het spelen van bingo noemt één speler de getallen en de ander zoekt ze op. Hierdoor ben je de hele tijd bezig met zowel het lezen en uitspreken van getallen als de juiste manier van schrijven opzoeken op je bingokaart.

Gebruik je een origineel bingospel met echte bingokaarten dan staan er ook letters bij, zoals B13 en N31. Deze letters helpen je om de getallen in de juiste rij op te zoeken en dat voorkomt het omdraaien van een getal. Zoek je juist wat extra uitdaging, speel dan het spel ook eens zonder de letters erbij te noemen.

Blog rekensteuntje - oefenen met getallen tot 100 en getallen omdraaien

Blijft het schrijven en uitspreken van getallen tot 100 lastig? En merk je dat je kind getallen blijft omdraaien? Dan kun je aan de slag met oefeningen die te maken hebben met de structuur van een getal, oftewel het inzicht in tientallen en eenheden (38 bestaat uit 30 en 8). Deze oefeningen vind je in mijn volgende blog!

Lees meteen verder: ‘Getallen omdraaien – dit kun je eraan doen!

Dit artikel verscheen eerder als gastblog op lesvananne.nl.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *