Getallen tot 100 worden vaak omgedraaid. Hulp bij het rekenen en oefenen met getallen tot 100.

Getallen omdraaien – dit kun je eraan doen!

Vindt jouw kind het lastig om te bepalen of 45 “vijfenveertig” is of “vierenvijftig”? Misschien blijft je kind zelfs wel eindeloos getallen omdraaien en zoek je hoe je daarbij kunt helpen. Lees dan gauw door, want in deze blog vind je allerlei tips én een gratis download!

Getallen tot 100 worden vaak omgedraaid. Hulp bij het rekenen en oefenen met getallen tot 100.


In mijn blog ‘Oefenen met getallen tot 100’ deelde ik een aantal spelideeën die je kunt doen om te oefenen met het schrijven en lezen van getallen tot 100. Heb je dat nog gemist, klik dan hier om die blog alsnog te lezen.

Soms is het herhalen van de schrijfwijze van getallen tot 100 niet genoeg. Er is dan meer hulp nodig, waarbij je de structuur van een getal aandacht geeft. Door een kind te leren wat de structuur van een getal is, leert hij waar een getal, zoals 43, 25 of 38 voor staat. Want wat betekenen de cijfers eigenlijk, als je er twee naast elkaar ziet staan?

De structuur van getallen

Wat is de structuur van een getal? Bij het getal 25 zie je een 2 en een 5 staan. De plek van elk cijfer bepaalt de waarde van elk cijfer. In het getal 25 staat de 2 op de plek van de tientallen en de 5 op de plek van de eenheden. Als je naar elk los cijfer kijkt, dan is de 2 in 25 dus 20 waard en de 5 een waarde van 5. In het getal 25 zijn die twee getallen samengevoegd. Je krijgt dan 20 en 5 en dat is 25.

Getallen tot 100 worden vaak omgedraaid. Hulp bij het rekenen en oefenen met getallen tot 100.

Samen oefenen met getallen tot 100!

Sommige kinderen hebben al na een paar keer huisnummers bestuderen door hoe getallen tot 100 in elkaar zitten. Dat begint ergens met een idee als “Ons huisnummer is 25, ik zie een 5 maar ook een 2. Die 2 zal wel 20 betekenen”. Maar soms gaat het niet vanzelf. In dat geval wil je wellicht wat extra hulp bieden. Daarom vind je hieronder 3 oefeningen om te oefenen met de structuur van getallen tot 100.

Getallen tot 100 worden vaak omgedraaid. Hulp bij het rekenen en oefenen met getallen tot 100.

Oefening 1: Getallen maken met materiaal

Aan de slag met blokjes
Op school kun je getallen leggen met MAB-materiaal. Dit zijn houten staafjes van 10 blokjes en losse blokjes. Dit geeft heel veel inzicht. Het getal 35 leg je dan bijvoorbeeld met 3 tientallenstaafjes en 5 losse blokjes. Hierdoor is goed te zien dat het getal 35 bestaat uit 30 (de tientallen) en 5 (de losse eenheden). Thuis heb je dit materiaal waarschijnlijk niet. Maar… je hebt vast wel legostenen in huis! Met een lego-‘staafje van 10 noppen’ en kleine losse steentjes met 1 nop kun je hetzelfde doen!

Spelletje: Maak het getal met staafjes en blokjes
Zo maak je er een leuk spelletje van!

  1. Kies samen op speelse manier een getal uit. Dat kan zo:
    • Draai een keer aan een bingomolen voor een balletje met getal erop. Of:
    • Wijs om en om blind een getal aan op een meetlint. Of:
    • Laat de stopwatch van je telefoon na een willekeurig aantal seconden stoppen. 
  2. Schrijf het getal op een papiertje, zodat het duidelijk te lezen is.
  3. Maak dan allebei voor jezelf dit getal met de staafjes en de losse blokjes.
  4. Kijk of jullie allebei hetzelfde hebben gemaakt. 
  5. Gelukt? Geef elkaar dan bijvoorbeeld een high five. 

Eén keer oefenen kan al heel waardevol zijn. Was het leuk? Oefen dan nog een keer. Houd het vooral speels en luchtig.

Oefening 2: Springen naar getallen

Springen maar!
Spring eens naar een getal! Dit is een oefening die op school vaak een groot succes is. Je springt met grote sprongen en kleine stapjes naar het getal toe. Een grote sprong is 10 waard en een klein stapje of hupje is 1 waard. 

Maak je bijvoorbeeld 2 grote sprongen en daarna 3 kleine stapjes? Dan ben je bij het getal 23 uitgekomen.

  1. Schrijf op een aantal kaartjes een getal onder 100.
  2. Stel je een onzichtbare getallenlijn door de kamer voor. 
  3. Pak een kaartje met een getal. 
  4. Tijd om te springen! 
  5. Kan er iemand raden welk getal het is? 

Dit is ook een leuke opdracht om buiten te doen!

Spring met een legopoppetje
Als je wat minder ruimte hebt of je zoekt een rustigere variant van deze oefening, dan kun je dit thuis ook goed doen met de pop of knuffel van je kind. 

Als je een klein poppetje gebruikt, zoals een legopoppetje, kun je nog wat extra hulp bieden. Je legt dan een meetlint op tafel, bijvoorbeeld een gratis meetlint uit de bouwmarkt. Laat het poppetje dan naar een getal springen in grote sprongen van 10 en kleine stapjes van 1. Noem de getallen waar je op komt te staan. Naar 34 spring je bijvoorbeeld zo: “10, 20, 30, 31, 32, 33, 34!”

Extra tip: Geef alle tienvouden (zoals 10, 20, 30 enzovoort) een kleurtje. Zo zijn ze extra goed te vinden!

Getallen tot 100 worden vaak omgedraaid. Hulp bij het rekenen en oefenen met getallen tot 100.

Oefening 3: Knutsel de getallen!

Leg de getallen op elkaar! 
Als een kind de structuur van getallen nog moet ontdekken, helpt het om een getal zelf te laten maken met een tienvoud en een eenheid. Dit kan bijvoorbeeld door post-its (of briefjes) te maken met de tienvouden erop en halve post-its met de eenheden erop. 

  1. Leg de post-its verspreid over tafel en vraagt je kind om een getal te maken, zoals 34. 
  2. Laat je kind het getal 30 en het getal 4 pakken. 
  3. Plak de getallen op elkaar. (De 4 op de plek van de 0 bij 30.) 
  4. Spreek het getal uit. 30 en 4 is ‘vier-en-dertig’. 

Tip: Doe het eerst een (paar) keer voor en laat dan goed zien welke getallen (tienvouden en eenheden) je op elkaar plakt. Wijs deze getallen nog een keer aan als je het hele getal uitspreekt.

Als je alle tienvouden en eenheden dubbel maakt en neerlegt kun je een wedstrijdje doen: wie maakt het getal als eerst?

Getallen tot 100 worden vaak omgedraaid. Hulp bij het rekenen en oefenen met getallen tot 100 - met post-its

Knutsel een getallenmaker met een gratis download!
Losse briefjes raak ik zelf nog wel eens kwijt. Ook was ik op zoek naar een manier om het zelf getallen maken nog wat speelser te maken dan bij het spelletje met de post-its. Daarom heb ik de getallenmaker bedacht! Met een bouwplaat maak je van een wc-rolletje een heuse getallenmaker, of zoals de juf van onze zoon ze noemde: rekenraketjes! 

Een ring met de getallen 0 t/m 9 kun je draaien en over de tienvouden heen schuiven. Zo kun je het getal 34 bijvoorbeeld maken door de 4 op de 30 te schuiven. Wat zie je dan? Met 4 en 30 maak je ‘vier-en-dertig’. Je ziet dan het getal 34 staan met een 3 en een 4. En als je het weer uit elkaar schuift, zie je dat de 3 dus 30 waard is en de 4 gewoon 4. Welke getallen kun jij er allemaal mee maken?

Getallen tot 100 worden vaak omgedraaid. Hulp bij het rekenen en oefenen met getallen tot 100.

 

Heb je een vraag?

Hopelijk kun je wat met deze tips! Heb je naar aanleiding van deze blog een vraag of merk je dat je kind moeite heeft met een ander rekenonderdeel, voel je dan vrij om me een berichtje te sturen!

 

Dit artikel verscheen eerder als gastblog op lesvananne.nl.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *